Naar Inhoud



Testen met gebruikers… hoe dan?

door Angélique Lesquillier

Vaak is in het testtraject een testdeel ingeruimd om te gaan testen met gebruikers. Om dit goed te doen en op tijd wordt meestal als zeer lastig ervaren. Vaak weet men niet hoe het aangepakt moet worden. Wie waarvoor verantwoordelijk is. En wat er dan nog getest moet worden. In deze blog wil ik daarop ingaan vanuit mijn praktijkervaring.

Testen met gebruikers… hoe dan?

Voor testen met gebruikers is er een officiële term namelijk Gebruikers Acceptatie Test (GAT) of op zijn engels User Acceptation Test (UAT). Deze test wordt volgens TMap® omschreven als ‘De door de toekomstige gebruiker(s) in een zoveel mogelijk als-ware-het-productie omgeving uitgevoerde test, die moet aantonen dat het ontwikkelde systeem aan de functionele en kwalitatieve eisen voldoet.’

De GAT kan op twee plekken in het testtraject plaatsvinden qua tijd. Dit is afhankelijk van de aanpak van het project/ beheercyclus. Bij het ontwikkelen in een Agile omgeving gebeurt het testen met de gebruikers in de sprint-fase (scrum) of in de DBI-fase (DSDM) of in de constructie-fase (RUP). Wordt het V-model of waterval-model gebruikt dan is dat aan het einde van het traject nadat de bouw helemaal klaar is.

De GAT aanpak?

Voor de GAT bestaan verschillende aanpakken namelijk ‘begeleid testen’, ‘testen volgens script’, ‘werkinstructies’, ‘trainingstest’ en ‘laboratoriumtest’.

Gebruikers Acceptatie Test

Begeleid testen

... houdt in dat de gebruiker achter de nieuwe applicatie zit en ‘test’of zij ermee kan doen wat het zou moeten doen zonder kennis van de nieuwe applicatie maar wel praktijkervaring heeft. Naast de gebruiker zit dan vaak een systeem- of functionele acceptatie tester die de nieuwe applicatie eerder al heeft getest en dus de gebruiker kan helpen en ondersteunen.

Testen volgens script

... kan op twee manieren gebeuren. (a) De gebruiker en een ervaren tester maken samen een script zoals de gebruiker wil dat het zou moeten werken. De tester voert deze uit en laat de resultaten ter acceptatie zien aan de gebruiker. (b) Lijkt op manier (a) maar wordt uitgevoerd door de gebruiker terwijl de tester dan meer ondersteunt.

Werkinstructies

... kan ook weer op twee manieren gebeuren. (a) De gebruiker gaat het proces testen aan de hand van de werkinstructies. (b) De tester gaat het proces testen volgens de werkinstructies en laat de resultaten ter acceptatie zien aan de gebruiker. Op de manier (b) is het nodig dat de werkinstructies vooraf wel door de gebruiker zijn bekeken op de kwaliteit zoals bijvoorbeeld leesbaarheid, begrijpelijkheid en gebruiksgemak.

Trainingstest

... is een aanpak waarbij gewerkt wordt met testopdrachten die ervoor zorgen dat de nieuw applicatie-delen worden doorlopen. Hierbij geven de opdrachtgever en de business aan wat minimaal getest moet worden. Tijdens de testuitvoering kan de gebruiker per doorlopen testopdracht aangeven wat zij van dat applicatie-deel vindt en vult dan een vragenlijst in.

Vaak is er ook opgenomen een zogenoemde 'vrije testopdracht' waarbij de gebruiker gedurende minimaal een kwartier vrij kan ‘rondklikken’. Met deze aanpak wordt niet alleen de mate van acceptatie bepaald en nog mogelijke fouten gevonden, de gebruiker ondergaat ook een gestuurde training op de stukken waar zij nog geen of weinig kennis van heeft.

Laboratoriumtest

... is een zeer gestructureerde aanpak met maximale uitkomst. Dit omdat er niet alleen gewerkt wordt met testopdrachten, ook wordt de gehele test opgenomen qua beeld en geluid door camera’s in een aparte ‘life’ testruimte. In deze ruimte wordt de gebruiker aangemoedigd om te laten weten wat men ziet en hoe men het ervaart.

Als het goed is is er zelfs een hulp-telefoon ingericht zoals in de praktijk meestal functioneel beheer mee gebeld kan worden. Daarnaast is de voorkeur ook dat één van de wanden van de ruimte een grote ‘one-way mirror’ heeft waardoor in de kamer ernaast naar de gebruiker gekeken kan worden zonder dat de gebruiker ziet wie er mee kijkt.

Laboratoriumtest

Met deze aanpak kan achteraf nauwkeurig worden geanalyseerd waar de gebruiker de nieuwe applicatie makkelijk begreep en waar de obstakels zaten als bijvoorbeeld het lang duren voordat er wat ingevuld werd, of het heen/en weer schuiven van de cursor om iets te zoeken op het scherm.

Betrokkenen en kosten GAT aanpak

Voor alle aanpakken geldt dat tijdens de testuitvoering niet alleen de directe applicatie kennis van de testers gebruikt wordt maar ook in de tweedelijns die van de functionele ontwerpers, de overige gebruikers, beheer en de ontwikkelaars bij de gebruikersvragen. Deze manieren van aanpak zijn nergens officieel beschreven maar gangbaar in de praktijk. Meest voorkomende en goedkope aanpak is ‘begeleid testen’ en meest dure aanpak is ‘laboratoriumtest’.

Wie is er verantwoordelijkheid?

De GAT valt onder de testverantwoordelijkheid van 'de Business' / 'de Gebruikersorganisatie'. Vaak wordt gedacht dat het nog valt onder de IT-deel van het project echter is dat een foute gedachte. IT heeft immers al aangetoond middels bouw- en systeemtesten dat het technisch naar behoren werkt. Functionele testen en de GAT zijn testen die vallen onder verantwoordelijk van 'de Business'/ 'de Gebruikersorganisatie'. Immers het moet werken zoals zij de functionele requirements hebben bedacht en opgesteld. Of met de nieuw applicatie makkelijk en goed in de organisatie gewerkt kan worden, en dus kan worden geaccepteerd is aan de gebruikers en die maken onderdeel uit van 'de Business'/ 'de Gebruikersorganisatie'.

ISO normering

Wat wordt dan getest?

In de GAT wordt getest op met name de kwaliteitsattributen 'Bruikbaarheid' en 'Gebruikersvriendelijkheid'. Volgens ISO9126 betekent dit: ‘De mate waarin het informatiesysteem is toegesneden op de organisatie en het profiel van de eindgebruikers voor wie het bedoeld is en bijdraagt aan het bereiken van de bedrijfsdoelstellingen.’ en ‘Het gemak waarmee de eindgebruiker kan leren omgaan met het informatiesysteem en het bedieningsgemak van het informatiesysteem voor ingeleerde gebruikers.’ Onderdelen van deze kwaliteitsattributen zijn: aantrekkelijkheid, bedienbaarheid, begrijpelijkheid, behulpzaamheid, inpasbaarheid, instelbaarheid, inzichtelijkheid, gebruiksgemak, leerbaarheid, uitrustingsniveau en overzichtelijkheid.

Dit zijn veel punten die lastig kunnen zijn om het goed te verwerken in een GAT. Daarom is het van belang dat deze test wordt begeleid en ondersteund door een tester met veel GAT-ervaring. Deze tester kan dan niet alleen de gebruiker goed begeleiden/ ondersteunen van de gebruiker tijdens zijn testen maar ook in die testen er voor zorgen dat deze specifieke kwaliteitsattributen worden afgedekt wat betekend dat de acceptatiegraad hoger komt te liggen.

Testen met gebruikers … zo dan!

Met de bovenstaande genoemde handvatten hoop ik dat jij als lezer het nu wat makkelijker vindt om een GAT gerichter op te pakken. Uiteraard is de theoretische kennis over dit onderwerp belangrijk maar ook het opdoen van diverse ervaringen en ‘training on the job’. Tevens is het ook een feit dat de GAT één van de meest uitdagende testsoorten is waarbij de gebruiker zeer actief bij betrokken is. Zodat een kwalitatief goed eindproduct ontstaat waar een gebruiker met plezier mee zijn werk goed kan doen. En dat willen we toch allemaal!

NB: Uiteraard overal waar de term gebruiker staat kan gelezen worden eindgebruikers, key-users en andere bekende termen.

Reacties (0 totaal)

Er zijn nog geen reacties

Plaats een Reactie (Tijdelijk buiten gebruik)

Let op: Uw reactie wordt gepubliceerd. Voor privé-reacties kunt u rechtstreeks mailen met de auteur. Voor contact mogelijkheden bekijk het auteur profiel van Angélique Lesquillier

(Verplicht)

(Verplicht, wordt niet gepubliceerd)